Oorzaken en gevolgen
Zure regen wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door
emissies van zwaveldioxiden, stikstofoxiden en ammoniak, die in de atmosfeer met
waterdamp zuren vormen. In Europa speelt de landbouw met ammoniak de belangrijkste
rol bij de productie van verzurende neerslag.
Reeds 35 % van de Europese bossen en andere ecosystemen
heeft te lijden van de zure regen en het wordt dan ook dikwijls als het tweede
belangrijkste milieuprobleem gezien, dus na het broeikaseffect.
Enkel verzurende zwaveldioxiden en stikstofoxiden zijn voor verwarmingssystemen
relevant. Zwaveldioxide
De huishoudelijke verwarming speelt bij de productie
van zwaveldioxiden een zeer geringe rol. De bijdrage in Europa bedraagt zeker
minder dan 5 %.
Inzake huishoudelijke verwarmingssystemen, zijn
vooral steenkool en in mindere mate petroleum verantwoordelijk voor de productie
van SO². Steenkool bevat ongeveer 1 % zwavel, terwijl het zwavelgehalte van
zware petroleum kan oplopen tot 3 %. Maar vandaag de dag wordt deze laatste extra
ontzwaveld.
Bij een onderzoek op 7 verschillende soorten brandhout, bleek een maximaal
zwavelgehalte van slechts 0,1 % bij één houtsoort (Douglas den) terug te vinden.
Bij alle andere soorten lag de waarde onder de detectiegrens. Bij hout kunnen
we dus spreken van een extreem laag, zeg maar natuurlijk zwavelgehalte. Tevens
is voor (berken)hout aangetoond, dat slechts 10 % van de in het hout voorkomende
zwavel bij verbranding als zwaveldioxide ontwijkt. De rest blijft achter in de
as.
De bijdrage van de houtverbranding tot de zwavelzure
regen is dus minimaal, zeg maar natuurlijk. Wat aan zure regen uit houtverbanding op het bos terecht
komt, is er in wezen uit afkomstig. Stikstofoxiden
Stikstofdioxide is een stof die gevormd wordt bij
verbrandingsprocessen uit de stikstof in de brandstof en de lucht en uit de zuurstof
in de lucht. Speciaal bij toestellen zonder goede afvoer voor de verbrandingsgassen
kan stikstofdioxide worden gevormd.
Samen met de organische koolwaterstoffen zijn de
stikstofoxiden ook verantwoordelijk voor de vorming van ozon onder invloed van
het zonlicht. Vooral in de zomer leidt dit tot erge problemen in de steden voor
personen met CARA-problemen.
Verwarming speelt ook hier een absoluut ondergeschikte
rol, met als grote boosdoener het verkeer.
Inzake huishoudelijke verwarming variëren de
toestellen inzake NOx slechts in beperkte mate. |